Ga naar de inhoud

Wet arbeidsmarkt in balans

Vanaf 1 januari 2020 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) van kracht.

In die wet is geregeld dat de regels rond arbeidscontracten en ontslag veranderen.

Met de invoering van deze wet wordt beoogd om de verschillen tussen vaste contracten en flexibele contracten kleiner te maken. Oproepkrachten en payrollwerknemers krijgen meer zekerheid en het wordt voor werkgevers aantrekkelijker om werknemers een vast contract aan te bieden.

Eén van de maatregelen uit de WAB is dat werkgevers voor werknemers met een vast contract een lage WW-premie betalen en voor werknemers met een flexcontract een hoge WW-premie betalen.

In 2020 is het lage tarief vastgesteld op 2,94% en het hoge tarief op 7,94%.

Voor de bepaling of voor een werknemer het hoge of het lage tarief moet worden betaald, zijn drie vragen relevant.

  • Heeft de werknemer een contract voor onbepaalde tijd?
  • Is er een (getekende) schriftelijke arbeidsovereenkomst?
  • Is er sprake van een oproepcontract?

Als deze drie vragen met “Ja, Ja, Nee” worden beantwoord, dan is de hoofdregel dat dan het lage tarief mag worden toegepast en in de andere gevallen is het hoge tarief van toepassing.

Voor deze hoofdregel zijn echter weer een aantal uitzonderingsregels, waardoor alsnog het hoge of het lage tarief mag worden toegepast.

In SDB*Salaris bestaat al heel lang de rubriek “contracttype” (=lf-543), waar vastgelegd kan worden of er sprake is van een contract voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. (Onbepaald wordt vertaald naar Ja op vraag 1 en Bepaald wordt vertaald naar Nee op vraag 1.)

Voor de 2e vraag is er in SDB*Salaris een nieuwe rubriek in het systeem toegevoegd.

De rubriek “Heeft schriftelijke arbeidsovereenkomst” (=lf-663) kan aan- of uit-gevinkt worden.

(Rubriek aangevinkt resulteert in antwoord Ja op vraag 2 en rubriek uitgevinkt resulteert in Nee op vraag 2.)

Het antwoord op vraag 3 wordt afgeleid van de rubriek “Contractvorm”.

Dat gebeurt als volgt:

CodeOmschrijving contractvormAntwoord
11FulltimeNee
21ParttimeNee
33Min-maxJa
45Oproepkracht zonder voorovereenkomstJa
46Oproepkracht met voorovereenkomstJa
51Stagiair in loondienstNee
53Stagiair als min-max in loondienstJa
55Stagiair als oproepkracht zonder voorovereenkomst in loondienstJa
56Stagiair als oproepkracht met voorovereenkomst in loondienstJa
60Stagiair niet in loondienstNee
70Vrijwilliger niet in loondienstNee
80Uitzendkracht niet in loondienstNee
90Overig personeel niet in loondienstNee

Als met de hoofdregel (Ja-ja-nee) is vastgesteld of er sprake is van het lage of het hoge tarief, dan wordt daarna gekeken of één van de uitzonderingsregels van toepassing is.

Uitzonderingen op laag:

  • Als het contract binnen 2 maanden wordt beëindigd, dan wordt de premie “herzien” naar het hoge tarief. Dit wordt in SDB*Salaris automatisch toegepast.
  • Als de “aard arbeidsverhouding” gelijk is aan “Deelvisser” (4), “Musicus / Artiest”(6), “Stagiair” (7) of “Overige fictieve dienstbetrekking” (81) is, dan wordt toch het hoge tarief toegepast. (In de praktijk zal bij “aard arbeidsverhouding” “Stagiair” geen WW-premie worden berekend, omdat deze werknemers niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.)
  • Als een werknemer meer dan 130% “verloonde uren” heeft ten opzichte van zijn contractuele uren en er minder “gemiddelde contracturen per week” dan 35 (*) zijn, dan wordt de premie ook “herzien” naar de hoge premie. Deze uitzonderingsregel wordt pas aan het einde van het jaar (in de salarisverwerking van december en eventueel salarisverwerkingen daarna) toegepast.
    (* De belastingdienst beschouwt een contract van 35 uur of meer als een fulltime-contract.)

Uitzonderingen op hoog:

  • Als de “aard arbeidsverhouding” gelijk is aan “Beroepsbegeleidende leerweg (BBL)” (83), dan wordt toch het lage tarief toegepast.
  • Als een werknemer jonger is dan 21 (dat wordt getoetst op de 1e dag van het loontijdvak) en die werknemer heeft niet meer dan 52 “verloonde uren” in dat loontijdvak, dan wordt toch het lage tarief toegepast.
  • Als de inkomstenverhouding een betaling van een uitkering betreft, dan wordt toch het lage tarief toegepast. De “Soort inkomstenverhouding” is bepalend of er sprake is van een uitkering. De volgende soorten inkomstenverhouding worden beschouwd als een betaling van een uitkering:
CodeOmschrijving soort inkomstenverhouding
31Uitkering in het kader van de Ziektewet (ZW) en vrijwillige verzekering Ziektewet
32Uitkering in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en particuliere verzekering ziekte, invaliditeit en ongeval
33Uitkering in het kader van de Nieuwe Werkloosheidswet (nWW)
35Vervolguitkering in het kader van de Nieuwe Werkloosheidswet (nWW)
38Samenloop (gelijktijdig of volgtijdelijk) van uitkeringen van Wajong met Waz, WAO/IVA of WGA
39Uitkering in het kader van de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA)
40Uitkering in het kader van de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA)
46Uitkering uit hoofde van de Toeslagenwet

WAB-overzicht

Om enige duidelijkheid over de berekende WW-premie te verschaffen, hebben wij in SDB*Salaris een WAB-overzicht (in csv-formaat) toegevoegd aan de salaris-output.

In het overzicht worden de volgende rubrieken weergegeven:

Dienstverband-id
Medewerkernummer
Dienstverbandvolgnummer
Personeelsnummer
Periode
Volledige naam
Onbepaalde tijdJa of Nee (het antwoord op vraag 1)
Schriftelijke arbeidsovereenkomstJa of Nee (het antwoord op vraag 2)
OproepcontractJa of Nee (het antwoord op vraag 3)
Verzekerd AwfJa of Nee (Indien Nee, dan zal er geen premieloon zijn)
Premieloon WW-Awf laagIndien laag tarief, dan komt hier het premieloon
(= lf-312)
Premieloon WW-Awf hoogIndien hoog tarief, dan komt hier het premieloon
(= lf-313)
Premieloon WW-Awf herzienIndien sprake van herziening, dan komt hier het premieloon (= lf-392)
Afdracht WW-Awf laagZie premieloon (= lf-81)
Afdracht WW-Awf hoogZie premieloon (= lf-82)
Afdracht WW-Awf herzienZie premieloon (= lf-391)
ContracturenDit gaat over de contracturen per maand:
Berekening: (Contracturen per week * 52 / 12)
(Als de werknemer niet de hele maand in dienst is, dan wordt deze rubriek naar rato berekend.
(* kalender-dagen-indienst / kalenderdagen van de maand) (= lf-388)
Verloonde urenHet aantal verloonde uren in de maand (= lf-178)
Verloonde uren afgerondIn de loonaangifte heeft de rubriek “verloonde uren” geen decimalen. In “verloonde uren afgerond” wordt de waarde getoond die in de loonaangifte wordt meegegeven.
Cumulatief premieloon WW-Awf laagSom lf-312 (alle periodes)
Cumulatief premieloon WW-Awf hoogSom lf-313 (alle periodes)
Cumulatief premieloon WW-Awf herzienSom lf-392 (alle periodes)
Cumulatieve afdracht WW-Awf laagSom lf-81 (alle periodes)
Cumulatieve afdracht WW-Awf hoogSom lf-82 (alle periodes)
Cumulatieve afdracht WW-Awf herzienSom lf-391 (alle periodes)
Cumulatieve contracturenSom lf-388 (alle periodes)
Cumulatieve verloonde urenSom lf-178 (alle periodes)
Cumulatieve verloonde uren afgerondSom afgeronde lf-178 (alle periodes)
Verloond/contractZie toelichting onder deze tabel
Gemiddelde contracturen per weekCumulatieve contracturen / aantal weken indienst
(Deze waarde wordt naar boven afgerond (zonder decimalen).)
Laag-hoog-bepalingHier wordt in tekst weergegeven of de hoge of de lage premie is toegepast volgens de hoofdregel of één van de uitzonderingsregels.
Geboortedatum
Datum in dienst
Datum uit dienst
Salariscode (Contractvorm)Zie lijst eerder in dit document.
Deze wordt gepresenteerd, omdat van deze code wordt afgeleid of er sprake is van een oproepcontract.
Aard arbeidsverhoudingDeze code wordt gepresenteerd omdat bij een aantal arbeidsverhoudingen een uitzonderingsregel van toepassing is.
Soort inkomstenverhoudingDeze code wordt gepresenteerd omdat bij een aantal “soorten inkomstenverhouding” een uitzonderingsregel van toepassing is.

Gemiddelde contracturen per week

Bij de berekening van de “gemiddelde contracturen per week” worden de “cumulatieve contracturen” gedeeld door het “aantal weken in dienst”. Het “aantal weken in dienst” door het aantal kalenderdagen tussen 1 januari (of de indienstdatum als die later is) en het einde van het tijdvak (of uitdienstdatum als die eerder is) te berekenen en dat getal te delen door 7.

“Aantal weken in dienst” wordt afgerond op 2 decimalen.

Voorbeeld:

In dienst: 01-07-2017

Begindatum 2020: 01-01-2020

Periode: 5

Einddatum periode 5: 31-05-2020

Uren per week: 32

Contracturen: = 32 * 52 / 12 = 138,67

“Aantal weken in dienst” tussen 01-01-2020 en 31-05-2020 is 152 dagen / 7 = 21,71 weken.

Berekening “gemiddelde contracturen per week”: = (5 maanden * 138,67 / 21,71) = 31,94.

Deze waarde wordt naar boven afgerond. (31,94 wordt 32)

Verloond/contract

In december wordt, indien de lage premie is berekend, getoetst of er geen overschrijding van het aantal verloonde uren ten opzichte van de contractuele uren heeft plaatsgevonden. Dit gebeurt alleen als de “gemiddelde contracturen per week” lager zijn dan 35.

Als dat het geval is, dan worden de “cumulatief afgeronde verloonde uren” gedeeld door de “cumulatieve contracturen” die vervolgens worden vermenigvuldigt met 100.

Dit resultaat wordt zonder decimalen afgekapt.

Als het aldus verkregen verhoudingsgetal groter is dan 130, dan is er sprake van een overschrijding van 30%. In dat geval zal de herzieningsregel in werking treden.

(Het lage tarief wordt herzien naar het hoge tarief.)

Terug naar blogartikelen